Programma 7: Landbouw en visserij voor veilig en kwaliteitsvol voedsel

TarweveldVoedsel moet voldoen aan de verwachtingen van de consument en de distributiesector en aan de voorschriften van de overheid in verband met veiligheid en kwaliteit. De landbouwer/visser, als leverancier van grondstoffen voor de voedselproductieketen en als producent van dierlijk of plantaardig voedsel, moet beantwoorden aan deze bepalingen.

Het onderzoek binnen dit programma concentreert zich rond de thema’s veiligheid, kwaliteit en authenticiteit (zie figuur). Veiligheid heeft te maken met ongewenste – veelal genormeerde – stoffen of organismen, terwijl kwaliteit slaat op gewenste componenten of eigenschappen. Authenticiteit heeft dan weer te maken met een vaak typische of unieke samenstelling, oorsprong en/of behandelingsproces van het product. GGO’s vormen een afzonderlijke categorie evenals de nieuwe, opduikende risico’s voor de voedselveiligheid. Bij deze laatste gaat het vaak nog om niet genormeerde stoffen of organismen.

De overheid moet ook in de toekomst veilig en kwaliteitsvol voedsel kunnen waarborgen en daarmee de productiesector ondersteunen. Daartoe moeten analysemethoden en technieken voorhanden zijn die toelaten de diverse vermelde componenten of organismen te detecteren, te identificeren en te kwantificeren. De overheid moet permanent kunnen worden geïnformeerd. Er moet proactief onderzoek gebeuren naar nieuwe ontwikkelingen en opkomende veiligheidsrisico’s die een mogelijke invloed op de voedselproductie kunnen hebben. In dit perspectief is het belangrijk dat, op basis van onderzoek, bestaande maatregelen voor preventie en kwaliteitsnormering regelmatig worden aangevuld met nieuwe bevindingen.

Onderzoeksvisie

ILVO ontwikkelt en optimaliseert meet- en analysemethoden die gericht zijn op de volledige agrovoedingsketen en met bijzondere aandacht voor de kritieke punten of risico’s in die keten. ILVO wil de producent bijstaan met onderzoek gericht op de beheersing van componenten die nadelig kunnen zijn voor de gezondheid zoals toxines, contaminanten en pathogenen in voedsel of in voedselgrondstoffen (zie ook programma 1). Ook de afwezigheid van ongewenste componenten in diervoeders vormt een cruciale schakel en aandachtspunt in de keten.

ILVO draagt met dit onderzoek tevens bij tot het waarborgen van de kwaliteit en authenticiteit/traceerbaarheid van het voedsel. Het onderzoek moet kwaliteitsparameters van voedsel zoals smaak, samenstelling, textuur, versheid, houdbaarheid en voedingswaarde (eventueel aangevuld met gezondheidsbevorderende componenten) en de aantrekkelijkheid verhogen en/of onderbouwen. Door de kennis over productsamenstelling en kwaliteitsparameters ondersteunt ILVO de producent bij de ontwikkeling of de selectie van desnoods nieuwe kwalitatief hoogwaardige producten en draagt bij tot de versterking van zijn concurrentiepositie (zie ook programma’s 35 en 9). ILVO onderzoekt productiesystemen waarbij gebruik wordt gemaakt van functionele voeders die een gezondheidsbevorderende component bevatten voor de dieren. Anderzijds loopt ook onderzoek naar de productie van voedsel met functionele en duidelijk bewezen gezondheidsbevorderende componenten voor de mens (zie ook programma’s 3 en 5). ILVO ontwikkelt de nodige analysemethoden om deze eigenschappen te monitoren in de voedselketen en zoekt met haar onderzoek naar de balans tussen veiligheid en kwaliteit.

Objectieve parameters, identificatie- en analysemethoden maar ook kwantitatieve risicobeoordeling vormen een belangrijke basis van het onderzoek. Ze stellen de onderzoekers in staat specifieke doelorganismen en componenten op te volgen, epidemiologisch onderzoek uit te voeren en de meest kritische punten in de voedselketen te identificeren. Zo worden gegevens verkregen over de randvoorwaarden van het optreden van bepaalde gunstige of ongunstige factoren en eigenschappen. Omdat bepaalde componenten op verschillende plaatsen van de keten kunnen opduiken, is het noodzakelijk het voedselonderzoek vanuit de keten te benaderen.

ILVO en het onderzoek in dit programma

ILVO heeft een jarenlange expertise inzake strategieën en technieken voor detectie van (pathogene) micro-organismen, mycotoxinen, residuen van chemische en milieucontaminanten en GGO’s, maar ook inzake routinematige laboratoriumdiensten voor detectie in opdracht van overheden en industrie. Meerdere ILVO-laboratoria zijn geaccrediteerd als analytisch laboratorium. Een aantal onder hen heeft de status van Nationaal Referentielaboratorium (NRL). De ILVO-expertise en uitrusting kan de volledige agro-voedingsketen van nut zijn en omvat een veelzijdigheid aan voedselproductieprocessen (zie ook programma’s 13 en 4).

Deze expertise maakt het ook mogelijk om bestaande/erkende methoden aan te passen voor het meten van nieuwe parameters/componenten of van een breder spectrum van componenten (nutriëntenprofielen) of doelorganismen. Ook producten en productieprocessen zijn continu aan vernieuwing of wijziging toe. Vernieuwing moet vanuit de onderzoekfase een vertaling vinden naar de schakels in de keten (zie ook programma’s 2 en 5). Bij deze vertaling spelen de beschikbaarheid van pilootinstallaties een grote rol. De pilootfabriek laat toe om vergelijkende productieproeven uit te voeren op beperkte schaal in het kader van productinnovatie en kwaliteitsbeheersing. Kleinere bedrijven in de agro-voedingsketen, denk hierbij de vele Vlaamse KMO’s, beschikken niet over de eigen apparatuur om op semi-industriële of pilootschaal te werken. De pilootfabriek is dan ook een onmisbare tussenschakel in de opschaling van het laboratorium naar de commerciële productiefase.

In het onderzoek gaat veel aandacht uit naar het verband tussen voeding en gezondheid. De veelzijdigheid aan factoren die bepalend zijn voor voedselveiligheid en -kwaliteit dwingen de onderzoeker een keuze te maken van doelcomponenten of -organismen. Bij deze keuze zal ook rekening worden gehouden met externe studies over gezondheidseffecten en de invloed van het productieproces op de gezondheid van mens en/of dier.

Onderzoeksthema’s

  1. Analysetechnieken
    Om de kwaliteit en veiligheid van voedselproducten te kunnen vaststellen, moeten objectieve kwaliteitsparameters en identificatie- en analysemethoden beschikbaar zijn. Deze zijn essentieel (1) in de routinematige controle van de voedselketen op aanwezigheid van onder andere pathogenen, allergenen, of GGO’s, (2) in het kader van kwaliteitsbewaking of beheersing van contaminanten, pathogenen of bederforganismen of -componenten, maar ook (3) voor de optimalisatie en vernieuwing van productieprocessen.

    Het onderzoek richt zich op het ontwikkelen, evalueren en implementeren van identificatie- en analysemethoden waarmee de aanwezigheid van specifieke componenten en/of doelorganismen kan worden aangetoond en opgevolgd doorheen de keten. Er wordt speciale aandacht besteed aan (1) moleculaire technieken voor biologische agentia (op niveau van DNA-, RNA- of eiwitten), (2) snelle screeningstechnieken voor residuen van chemische agentia en allergenen en (3) specifieke bevestigings- en kwantificeringtechnieken zoals massaspectrometrie voor biotoxines en residuen van chemische agentia. Daarnaast wordt een wetenschappelijk kader ontwikkeld voor het bepalen van objectieve kwaliteitsparameters van diverse voedingsproducten of hun grondstoffen. Het meetinstrumentarium wordt continu uitgebreid in functie van opkomende risicofactoren.
  2. Productie- en vangstmethoden voor veilig en kwaliteitsvol voedsel
    Om te voldoen aan de wensen van de markt en de consument, moet de productiekolom zich richten op duurzame methoden en technieken van producent tot consument. Deze zijn specifiek voor elke deelsector.

    De nodige aandacht gaat naar de invloed van vee- en visvoeding en van omgevingsfactoren op de veiligheid en het waarborgen van de kwaliteit van het eindproduct. ILVO-onderzoek zal bijdragen tot de introductie van alternatieve en meer duurzame productie- en vangstmethoden. Dit betekent bijvoorbeeld een opvolging van habitat en mariene ecologie (zie ook programma 4), van het gebruik van therapeutische en gewasbeschermingsmiddelen met inbegrip van de mogelijke overdracht van resistenties en residu’s en van de algemene en nutritionele waarde van het eindproduct. Onderzoek heeft ook betrekking op zogenaamde post-harvest-technieken en methoden die de kwaliteit en veiligheid van het eindproduct kunnen beïnvloeden (zie ook programma’s 1 en 3). Op basis van ILVO-onderzoek kunnen onafhankelijke wetenschappelijke adviezen geformuleerd worden en kunnen bestaande productie- en vangstmethoden aangepast worden aan de nieuwe bevindingen.
  3. Biologische en chemische risicobeoordeling
    De Wereldgezondheidsorganisatie eist van ieder land dat voedselveiligheidsmaatregelen gesteund zijn op een risicoanalyse. Deze bestaat uit een risicobeoordeling, een risicobeheer of risicomanagement en een risicocommunicatie. Met een risicoanalyse worden beleidsbeslissingen inzake een chemisch of biologisch gevaar in de agro-voedingsketen wetenschappelijk onderbouwd. Dit gebeurt op basis van een kwalitatief of kwantitatief onderzoek waardoor de kans op het voorkomen van onaanvaardbare risico’s kunnen worden verminderd op een kosteneffectieve manier.

    vis


    Risicoanalyse dient gestandaardiseerd uitgevoerd te worden volgens de richtlijnen van de Codex alimentarius. Zo wordt de eerste stap van een risicoanalyse, de risicobeoordeling, opgesplitst in een gevarenidentificatie, een gevarenkarakterisering of dosis-respons relatie, een blootstellingschatting en een risicokarakterisering. Met uitzondering van de gevarenkarakterisering, waarvoor bestaande modellen worden gebruikt, maken de verschillende stappen deel uit van het ILVO-onderzoek. In de kwantitatieve blootstellingschatting wordt de aanpak van-boer-tot-bord gehanteerd. Met een modulair procesmodel wordt het volledige productieproces van een voedingsproduct opgesplitst in verschillende modules. Door probabilistische en predictieve modellen worden probabiliteit van contaminatie en contaminatieniveau doorheen de gehele productieketen beschreven. Een dergelijke aanpak laat toe de efficiëntie van mogelijke interventiestrategieën doorheen de gehele keten uit te testen door zogenaamde what-if scenario’s.
  4. Bewaking van veiligheid en kwaliteit in de voedselketen
    De veiligheid en de kwaliteit worden doorheen de voedselproductieketen tot en met het eindproduct bewaakt door het monitoren van specifieke veiligheids- of kwaliteitsparameters. In sommige gevallen kan de primaire productiefase immers reeds bepalend zijn voor de kwaliteit van het eindproduct (zie ook programma’s 1 en 4).

    ILVO-onderzoekers monitoren contaminanten, bederforganismen of -componenten, pathogenen, mariene biotoxines, toxisch fytoplankton, voedselallergenen en GGO’s met analytische methoden die op punt staan. Bijzondere aandacht gaat uit naar geïntegreerde kwaliteit in de voedselketen en authenticiteit van voedselproducten. Bij deze laatste wordt onderzocht of een product inzake origine of afkomst, samenstelling of productie overeenkomt met het label. Naast accidentele inbreuken tijdens de productie, hebben inbreuken op authenticiteit bijvoorbeeld te maken met verdunning met een goedkoper ingrediënt, incorrecte speciesaanduiding, incorrecte aanduiding van de gebruikte technologie of foutieve aanduiding van de geografische afkomst. Dit onderzoek heeft ook tot bijzondere taak de authenticiteit van typische Vlaamse (streek-)producten aan te tonen of te waarborgen. Ten slotte richt authenticiteitonderzoek zich ook op het opsporen van de mogelijke aanwezigheid van gezondheidsbedreigende ingrediënten zoals al dan niet gedeclareerde allergenen.
  5. Opduikende risico’s in de voedselketen
    Het is essentieel voor de overheid en belanghebbenden in de markt en de maatschappij dat zij vroegtijdig ingelicht worden over nieuwe opduikende voedselrisico’s. Opduikende risico’s ontstaan door tal van factoren zoals de toename van de internationale handel, klimaatswijziging, het gebruik van nieuwe chemische stoffen die in de voedselketen kunnen terechtkomen en de toepassing van nieuwe productiemethoden of gebruik van nieuwe ingrediënten.

    ILVO-onderzoek maakt het detecteren van nieuwe en opduikende chemische en biologische gevaren in de voedselketen mogelijk door de ontwikkeling van specifieke detectiemethoden. Met deze methoden kan het belang van mogelijke gevaren worden opgevolgd en kunnen risico’s worden geïdentificeerd. Op basis van resultaten van dit onderzoek kunnen onafhankelijke wetenschappelijke adviezen worden geformuleerd, bestaande bedrijfsmaatregelen en beleidsinstrumenten worden aangepast of nieuwe maatregelen worden voorgesteld.