Voederwaardering (vertering, efficiëntie) en voederbewaring

Dierproeven volgens ethische code en transparant

ONDERZOEK

Het onderzoek naar de voederwaarde van rundveevoeders startte eind de jaren ’60 waarbij tot op heden van een zeer divers gamma ruwvoeders, grondstoffen, bijproducten en mengvoeders de verteerbaarheid met schapen (hamels) werd bepaald voor het afleiden van de energiewaarde. Vanaf de jaren ’90 worden in het kader van de eiwitwaardering pens- en darmincubaties uitgevoerd bij gefistuleerde koeien. Heel wat expertise werd opgebouwd in verband met in vitro technieken op basis van pensvocht en enzymen alsook met de NIRS-techniek voor het schatten van de voederwaarde in de praktijk. Daarnaast kan het effect van inkuiltechnieken en bewaarmiddelen op de kuilkarakteristieken van ruwvoeders nagegaan worden.

De onderzoeksafdeling beschikt over 15 verteringskooien voor hamels, minimaal 4 koeien voorzien van een pensfistel en 2 koeien met een fistel in het duodenum, alsook een vriescel voor bewaring van voeders. De analysen van de voeders worden uitgevoerd in het laboratorium Chemie, Chromatografie en Fysica, terwijl de in vitro bepalingen in het laboratorium Verteringsfysiologie van het ANIMALAB gebeuren.

DIENSTVERLENING

  • Verteringsproeven met hamels voor het bepalen van de energiewaarde (VEM, VEVI)
  • Pens- en darmincubaties bij gefistuleerde koeien voor het bepalen van de afbraakkarakteristieken van nutriënten (organische stof, ruw eiwit, zetmeel, NDF) in de pens en de darmverteerbaarheid van het eiwit en aminozuren
  • Berekening van de eiwitwaarde (DVE, OEB) volgens het Nederlandse systeem 
  • Studie van het effect van voedermiddelen of additieven op de pensfermentatie
  • Bepalen van de samenstelling en in vitro verteerbaarheid van voedermiddelen voor het schatten van de energie- en eiwitwaarde
  • Bepalen van de verteringssnelheid van voedermiddelen
  • Uitvoeren van inkuilproeven en bepalen van de fermentatiekarakteristieken van kuilvoeders

CONTACT

Johan De Boever