In Noordwest-Europa is de melkveehouderij een belangrijke economische activiteit die een groot percentage van de grond voor de productie van ruwvoer en grasland gebruikt. Bodem en klimaat in Noordwest-Europa zijn zeer geschikt voor melkproductie en de markt voor zuivelproducten is er groot. Voor elke regio met een grote melkveesector is het echter moeilijk om de Europese wetgeving - vb. Nitraatrichtlijn en de Kaderrichtlijn Water - te implementeren op een manier die effectief en sociaal aanvaardbaar is. De ecologische duurzaamheid is immers vaak beperkt omdat de verliezen van nutriënten en broeikasgassen groot zijn door een slechte benutting van meststoffen, voer (ruw- en krachtvoer) en energie. Dit beperkt deze regio’s in hun mogelijkheden om naast voedsel ook andere producten te leveren zoals schoon drinkwater of recreatiemogelijkheden. Bovendien bedreigt de slechte benutting van steeds duurder wordende grondstoffen de economische vitaliteit van de melkveesector.
Op 1 oktober 2009 ging het interreg project DAIRYMAN van start. Het doel van het project DAIRYMAN is een milieuvriendelijke en economisch vitale melkveehouderij in Noordwest-Europa te stimuleren en de plattelandsgemeenschappen in deze gebieden te versterken. Aan DAIRYMAN nemen onderzoeksinstituten, adviesbureaus, proefbedrijven en melkveebedrijven uit Vlaanderen, Wallonië, Nederland, Frankrijk, Luxemburg, Duitsland, Ierland en Noord-Ierland deel om nieuwe manieren van werken en innovaties in de melkveesector te demonstreren.
Innovatieve maatregelen worden eerst in de proefbedrijven uitgetest, geoptimaliseerd en gedemonstreerd. Daarna passen pioniersbedrijven uit de verschillende regio’s deze maatregelen toe. Hun ervaringen zullen ervoor zorgen dat de toepassing door de brede praktijk kosteneffectiever en met minder risico kan plaatsvinden en ze zullen ‘bewijslast’ leveren voor de effectiviteit van de wetgeving. Door de aanwezigheid van onderzoekers, melkveehouders en adviseurs binnen het project bestaat een zeer directe koppeling tussen wetenschappelijk onderzoek en praktijk. Van boer naar boer is echter de meest efficiënte vorm van kennisoverdracht. De ervaringen van de pioniersbedrijven zullen daarom tijdens open dagen en excursies op de pioniersbedrijven breed verspreid worden. De partners zullen samen ook educatieprogramma’s ontwikkelen en er zal interregionale uitwisseling tussen landbouwers en hun adviseurs plaatsvinden. DAIRYMAN zal verder de aandacht vestigen op succesvolle voorbeelden van samenwerking tussen melkveehouders en andere commerciële gebruikers van het platteland.
Het project DAIRYMAN loopt tot september 2013 en zal bijdragen aan een melkveesector die de concurrentie met andere gebieden beter aan kan, voor een sterkere regionale economie en een betere milieukwaliteit van het landelijke gebied.
Binnen Vlaanderen zijn de partners van het DAIRYMAN project:
- Het Instituut voor Landbouw- en Visserijonderzoek (ILVO): de eenheid Landbouw & Maatschappij (L&M) is binnen Vlaanderen de coördinator van dit project. Aan de hand van de indicatoren van de duurzaamheidsster zullen de ecologische, economische en sociale duurzaamheid van de pioniersbedrijven in kaart gebracht worden. Experts rond graslandbeheer, voedersamenstelling en reductie van nutriëntenverliezen uit de andere ILVO eenheden zullen meewerken aan de uitwerking van maatregelen om de Vlaamse pioniersbedrijven milieuvriendelijker maar ook economisch vitaler te maken.
- Een tiental pioniersbedrijven die verspreid liggen over gans Vlaanderen en onderling grote verschillen in schaal, intensiteit, grondsoort en bedrijfsstijl vertonen, zullen geselecteerd worden. De verscheidenheid garandeert dat vrijwel elke Vlaamse melkveehouder zich in de aanpak van één van de deelnemers kan herkennen. Melkveehouders die deelnemen aan het project moeten openstaan voor onderzoek en zelf innovatief ingesteld zijn, vooral op vlak van bemesting en nutriënten- en milieubeheer. Concrete maatregelen per bedrijf zullen in samenspraak tussen de melkveehouders, adviseurs en experts bepaald worden. De melkveehouders moeten ook openstaan om excursies van landbouwers, beleidsmakers en burgers op hun bedrijf te ontvangen.
- Bedrijfsadvisering melkveehouderij (BAM): een adviseur van BAM zal bijdragen aan de uitwerking van maatregelen op dierniveau om het management van de pioniersbedrijven te verbeteren. BAM heeft voornamelijk expertise rond het verkrijgen van een hoger rendement van de grasland- en ruwvoeruitbating, een lagere kostprijs van het rantsoen en betere vruchtbaarheid van de melkkoeien.
- Boerenbond: De adviseurs van de Boerenbond zullen helpen bij de selectie van de Vlaamse pioniersbedrijven en vanuit een economische hoek adviseren bij de uitwerking van maatregelen om de pioniersbedrijven duurzamer te maken.
- Hooibeekhoeve: Het proefbedrijf Hooibeekhoeve is een gespecialiseerd melkveebedrijf met een 50-tal melkkoeien. Het teeltplan bestaat voor het grootste gedeelte uit grasland: van de 38,6 ha ligt 24,4 ha in grasland. Op de Hooibeekhoeve zullen er op duurzaamheid gerichte innovaties praktisch getest en geëvalueerd worden. Door hun jarenlange ervaring met proeven omtrent nutriëntenefficiëntie kan de Hooibeekhoeve bijdragen aan de analyse van de resultaten op de pioniersbedrijven.
DAIRYMAN wordt door Plant Research International van Wageningen Universiteit gecoördineerd. Sinds 1999 werkt Plant Research International mee aan het Koeien & Kansen project. Het project Koeien & Kansen is een samenwerking tussen 16 melkveehouders, proefbedrijf De Marke, Wageningen Universiteit en adviesdiensten. Het DAIRYMAN project steunt op de ervaringen van Koeien & Kansen omtrent samenwerking tussen onderzoekers, melkveehouders en adviseurs voor de melkveehouderij en het in beeld brengen van milieukundige, technische en economische gevolgen van de realisatie van toekomstig milieubeleid.
Contactpersonen
Lies Debruyne en Karoline D'Haene