Programma 3: Kwaliteitsvolle dierenhouderij

koeienSchaalvergroting en specialisatie van de Vlaamse dierenhouderij hebben tijdens de voorbije decennia geleid tot de optimalisatie van de dierlijke productie, vooral in termen van kwantiteit en efficiëntie. Inmiddels wordt de dierenhouderij geconfronteerd met de neveneffecten van het groeiverhaal, zijnde druk op het milieu, gebrekkig dierenwelzijn en niet-optimale huisvesting. Hierdoor zijn de perceptie en verwachtingen van maatschappij en consument tegenover de dierenhouderij grondig aan het wijzigen. Die maatschappelijke druk vertaalt zich in nieuwe randvoorwaarden voor het productiebedrijf en de hele productieketen.

Bovendien kampt de sector als gevolg van de mondialisering met nieuwe gezondheidsrisico’s en een verhoogde druk van het aanbod op de markt, zowel van grondstoffen als van eindproducten. Het is duidelijk dat naast het kwantitatieve belang van de dierenhouderij meer aandacht moet gaan naar een kwaliteitsvolle en duurzame dierlijke productie, zonder echter het eerste uit het oog te verliezen.

Onderzoeksvisie

zeug met biggenHet is een uitdaging om in de toekomst de rendabele dierenhouderij te verzoenen met de veranderende kwaliteitsnormen en maatschappelijke verwachtingen. ILVO draagt hiertoe bij door het productieproces, in het bijzonder de voeding en de huisvesting, verder te optimaliseren. Naast handhaving van de competitiviteit zal dit ook leiden tot optimalisatie van de fysieke en mentale gezondheid van de dieren waarvoor de nodige opvolgingsmethoden worden ontwikkeld. ILVO draagt bij tot een grotere zorg voor het milieu en de omgeving van de dierenhouderij. Dit omvat onder meer verbetering van de kwaliteit van de werkomgeving van de dierenhouder en bescherming van de volksgezondheid. Het is evident dat deze optimalisaties slechts kunnen gebeuren binnen een rendabele bedrijfsvoering.

ILVO en het onderzoek in dit programma

ILVO participeert in een breed netwerk van onderzoekers, industriële partners en dierenhouders. Het beschikt over een multidisciplinair en gespecialiseerd team van onderzoekers die dicht bij de praktijk aanleunen en onafhankelijk kunnen beschikken over stallen voor sterk gecontroleerde dierproeven met verschillende landbouwhuisdieren. Om die reden is het ook een gegeerde partner voor opdrachtgevers van onderzoek.

Om ILVO toe te laten verder state-of-the-art-onderzoek te organiseren, zal het Instituut op korte termijn een nieuwe proefstal voor melkvee bouwen, de varkensstallen aanpassen en de accommodatie voor pluimveeproeven herinrichten. In dezelfde geest zal ILVO ook inspanningen leveren voor het verder verwerven van specifieke technologieën, eigen aan het dierenhouderijonderzoek.

De opgebouwde wetenschappelijke kennis inzake productieve en kwaliteitsvolle dierenhouderij zal maximaal worden aangewend om de plaats van de dierenhouderij in een duurzame Vlaamse landbouw te onderbouwen.

Onderzoeksthema’s

  1. Optimalisatie van productieprocessen en diermanagement
    Optimalisatie van productieprocessen en diermanagementRendabele dierenhouderij moet worden verzoend met veranderende kwaliteitsnormen en maatschappelijke verwachtingen. Dat is de uitdaging. Hiervoor zullen bestaande productieprocessen, maar ook nieuwe technieken, verder moeten worden geoptimaliseerd.
    Verschillende aspecten die de kwaliteit van het dierlijke productieproces kunnen verbeteren, komen hier aan bod. Naast de ondersteuning van de gangbare dierenhouderij zal eveneens aandacht worden besteed aan alternatieve productieprocessen zoals biologische dierenhouderij, agroforestry en aquacultuur, die elk hun specifieke onderzoeksvragen hebben.
  2. Dierenwelzijn
    De slagzin ‘Een dier met goed welzijn is ook productiever’ gaat niet altijd op en is niet langer de enige reden om aandacht te hebben voor het welzijn van landbouwhuisdieren. De burger vindt meer en meer dat dieren een intrinsiek recht hebben op een waardig leven, ook in de intensieve veehouderij.

    Een voorwaarde om het dierenwelzijn te verbeteren, is een correcte en betrouwbare beoordeling. Binnen deze relatief jonge wetenschappelijke discipline moeten theoretische structuren en praktische meetprocedures voor het beoordelen van dierenwelzijn verder ontwikkeld en gevalideerd worden.
  3. De omgeving in en rond de dierenhouderij
    stalDe intensieve dierenhouderij impliceert onmiskenbaar een druk op de onmiddellijke en ook de bredere omgeving. Het gaat in de eerste plaats om de productieomgeving als werkplaats voor de landbouwer en als leefwereld van het dier. Deze productieomgeving is echter geen eiland op zich, maar staat in nauw contact met de bredere leefomgeving en kan daar zorgen voor nadelige effecten (zie ook programma 6).

    Onderzoek binnen dit kader zal zich in eerste instantie richten op het meten van de omgevingskwaliteit en deze relateren aan aspecten en regelgeving inzake arbeidsveiligheid, diergezondheid en algemene milieuhygiëne en milieunormen. Deze bronbewaking dient meteen ook als buffer voor een eventuele impact op de algemene volksgezondheid (bijvoorbeeld: MRSA) en vormt tevens de basis voor de ontwikkeling van technieken tot verbetering van de omgevingskwaliteit.
  4. Voeding
    voedingDe dierenvoeding heeft, als belangrijkste kostenfactor in het dierlijk productieproces, een grote invloed op de rendabiliteit van het veebedrijf. Er wordt verder gezocht naar een meer efficiënte en kostenverlagende dierenvoeding. Bovendien zal worden nagegaan hoe de kwaliteit van dierlijke producten via dierenvoeding kan worden verbeterd om deze meer af te stemmen op de menselijke behoeften en op de perceptie van de consument.

    Kostenverlaging en efficiëntieverhoging worden nagestreefd door te focussen op de relatie tussen input en output, zowel door een adequate voorziening van nutriënten als door het gebruik van de rantsoeningrediënten. Nieuwe voedergrondstoffen en additieven vinden hier hun plaats. Ook onderzoek naar dierenvoeding met een toegevoegde gezondheidswaarde voor mens en dier komt aan bod. Dit thema heeft raakvlakken met thema 2 van programma 7.
  5. Huisvesting
    De huidige huisvestingssystemen zijn vaak niet meer aangepast aan de noden van de dieren en de dierenhouder. Zij moeten dan ook regelmatig worden verbeterd.
    Nieuwe stalconcepten en technologieën zullen binnen dit thema ontwikkeld en getest worden en na verbetering in de praktijk worden geïntroduceerd.
  6. Techniek en automatisering
    Naast de ontwikkeling van opvolgingsmethoden voor dierenwelzijn en voor de omgeving in en rond de dierenhouderij, zal onderzoek in techniek en automatisering bijdragen tot de optimalisatie van verschillende productieprocessen of delen daarvan.

    Binnen dit thema zullen nieuwe en/of in andere industrieën ontstane technieken voor de dierenhouderij worden ontwikkeld, gevalideerd en toepasbaar gemaakt. Deze nieuwe ontwikkelingen zullen onder meer een belangrijke arbeidsbesparing realiseren met een verhoogde rendabiliteit voor de bedrijfsleider tot gevolg. Zij zullen leiden tot een betere controle van de diergezondheid, verbetering en betere bewaking van de kwaliteit van de eindproducten. In dit thema ligt het accent duidelijk op de technische realisatie.